Doelen HS3

Terug naar hoofdstuk 3

 

De studenten kunnen …

  1. de termen (pro)sociaal, peer(groep), recursief denken en status uitleggen.
  2. de begrippen sociale cognitie, sociaal gedrag en sociale ontwikkeling en hun onderling verband uitleggen.
  3. toelichten en illustreren waarom sociale cognitie een speciale soort kennis is.
  4. vijf vormen van perspectiefnemen (sociale cognitie) geven.
  5. de evolutie bij lagere schoolkinderen van de vijf besproken vormen van perspectiefnemen geven en in situatiebeschrijvingen herkennen en toelichten.
  6. een situatiebeschrijving linken aan het niveau van rolneming volgens Selman als de vijf niveaus gegeven zijn.
  7. de samenhang tussen de mate van sociale cognitie en populariteit toelichten.
  8. uitleggen en illustreren met voorbeelden welke verschillende factoren prosociaal gedrag van kinderen beïnvloeden.
  9. de drie inzichten en hun onderzoeksmethoden die nodig zijn om interacties tussen klasgenoten te begrijpen, geven.
  10. de rol van leeftijdgenoten bij sociale ontwikkeling beschrijven.
  11. de rol van leeftijdgenoten bij sociale ontwikkeling verklaren door het verschil in de verhouding tussen kinderen onderling en tussen kind en volwassene.
  12. toelichten waarom hulp bieden onder leeftijdgenoten complex is.
  13. de verschillen tussen jongens- en meisjesgroepen beschrijven.
  14. de drie manieren waarop kinderen zich groeperen, benoemen en beschrijven.
  15. de vier typen van kinderen binnen formaties benoemen en beschrijven.
  16. het gedrag van buitengesloten kinderen beschrijven en verklaren.
  17. factoren die de populariteit van kinderen beïnvloeden, opsommen en toelichten.
  18. het verband tussen sociale vaardigheden en populariteit toelichten.
  19. de soorten kinderen die op basis van populariteit en status onderscheiden worden, benoemen en beschrijven.
  20. de relatie tussen populariteit en de opvoedingsstijl thuis beschrijven.
  21. kenmerken van vriendschap bespreken.
  22. factoren die de vriendschap tussen kinderen bevorderen, opsommen en toelichten.
  23. de evolutie in vriendschap tussen lagereschoolkinderen beschrijven.
  24. de rol van sociale competentie bij vriendschappen bespreken.
  25. conflicten binnen vriendschap bespreken.
  26. de relatie tussen vriendschap en  1) groepsformaties en  2) populariteit toelichten.
  27. het belang voor kinderen van gemengde en niet gemengde groepen toelichten.
  28. de evolutie in omgaan met de andere sekse bij lagere schoolkinderen beschrijven en toelichten.
  29. de aspecten van sociale ontwikkeling en de evolutie tijdens de lagereschoolperiode herkennen in een situatie (casus) en toelichten.
  30. de visie achter de eindtermen sociale vaardigheden toelichten.
  31. de eindtermen sociale vaardigheden (de ontwikkeling van relatiewijzen, gespreksconventies en samenwerking) benoemenn en illustreren aan de hand van voorbeelden.

License

Doelen HS3 Copyright © 2013 by Tim Boon. All Rights Reserved.

Feedback/Errata

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *